Geloven Leren
Opinie en tools voor wie begaan is met het katholieke geloof
De ergernis van het schisma
Vervolg op Geloven Leren - Onderscheiding en gehoorzaamheid, een pontificaal dilemma
Een schisma is een scheiding die zich voltrekt tussen groepen, tussen structuren, op basis van de principes waarop zij gestoeld zijn en die ze heilig achten. Zoals bijvoorbeeld tussen de Heilige Katholiek Kerk van Rome en de Sint-Pius-X-Priesterbroederschap (FSSPX). Het zijn beide organen met sterke princpes en de strijd die ze beslechten voltrekt zich met zwaarden die gewet zijn op dezelfde millennia-oude rots. Het is geen strijd tussen personen, maar tussen principes en ideeën. Eindeloos kan men discussiëren over de vraag wie het gelijk aan zijn kant heeft en het recht de ander te veroordelen, zonder klare uitkomsten te verwachten. Het geschil dat tot zo’n scheiding leidt, kan gewettigd zijn, omdat het bestaat uit abstracte tegenovergestelde ideeën, elk met doorwrochte argumenten.
Wanneer echter zo’n geschil zich concretiseert in de relatie tussen personen onderling, sluipt er onvermijdelijk een persoonlijke zonde van hoogmoed en ergernis binnen. Hoge principes toepassen op concrete relaties tussen personen is merkwaardig genoeg meestal niet de meest moreel hoogstaande keuze. Principes zijn middelen om tot onderscheiding te komen, maar als ze die overheersen, is er geen onderscheiding meer.
De enige zekerheid over de oplossing van een geschil is, dat ze offers vergt. Een organisatie, een structuur, een principe kan zich niet offeren. Het gaat uiteindelijk om gewone gelovigen, personen. Menselijke relaties zullen lijden onder de botsing van principes. Mensen van dezelfde stam, dezelfde familie, vervreemden van mekaar als het principe zich onbarmhartig boven de onderscheiding plaatst in eeen concrete menselijke relatie. Een principe, dat met reden heilig genoemd wordt en dat op het ideële niveau met recht te vuur en zwaard wordt verdedigd, kan niet als blank wapen gehanteerd worden om zich boven een ander te plaatsen in een persoonlijke relatie, zonder dat hierin zich een of andere vorm van hoogmoed nestelt, hetzij jaloezie, gramschap, haat of nijd (Van het Vijfde, Zesde en Negende Gebod).
De botsing van hoge principes, die van alle tijden is, kan zich—gelukkig—in veel gevallen boven de hoofden van gewone mensen afspelen zonder dat die er veel mee te maken krijgen in hun persoonlijke onderscheiding over de gewone dingen des levens, het kleine geluk en de kleine zonde die ze ontwaren, even goed in zichzelf als in hun naasten en in hun relaties met mekaar. Het komt echter vaak voor dat zo’n principe van bovenaf komt neerdalen over die relatie en het evenwicht van die persoonlijke onderscheiding verstoort en de kleine ergernis uitvergroot tot een struikelsteen waaraan niet de ergernisgever, maar wel de geërgerde uiteindelijk ten val komt: “Waarom ziet ge de splinter in het oog van uw broeder, en de balk in uw eigen oog ziet ge niet?”.
De barmhartigheid jegens de zondaar gebiedt dat de ergernisgever een ergernis zoveel mogelijk tracht weg te nemen, zelfs al ziet die vanuit persoonlijke onderscheiding (waarin ook het oogpunt wordt overwogen van de persoon die hem de ergenis kwalijk neemt) in het object van de ergernis slechts iets goeds en geen kwaad. Precies indien nijd (jaloezie) de principiële ergenis voedt, zal dit het geval zijn, want nijd is de droefheid over het geluk van een naaste. Dit plaatst de ergernisgever voor een onmogelijk dilemma, waarbij het eigen goed, dat tot ergernis strekt, of het goed van de relatie met de naaste die zich ergert, onverenigbaar blijken. De enige oplossing bestaat erin de bron van ergernis buiten de relatie te plaatsen, want het weerstreven van een ergernis vergroot die slechts.
Een goed christen moet bereid zijn tot een grote mate van gehoorzaamheid tegenover een naaste die zijn gezag over hem stelt in de naam van hoge principes, zelfs al is die deels gevoed door hoogmoed, zoniet maakt hij zichzelf ook slaaf van dezelfde hoogmoed, die uiteindelijk elke menselijke relatie zal doen verbrokkelen. Binnen elke menselijke relatie zijn er bronnen van ergernis waarop het enige antwoord is in nederigheid het goede van de relatie te handhaven, in de hoop dat daarmee de naaste in zijn ergernis niet ten val komt.
In de Hemel zal het getal groter zijn van wie ergernissen draagt, dan van wie zich ergert. Laat ons hopen dat dit ook op een goeie dag zal doordringen tot de herders wiens eerste principe het heil der schapen is.
Verwante onderwerpen...
-
Charlie Kirk was een zegen voor de jeugd
⊕ copyright
Ik heb de afgelopen week nog wat filmpjes bekeken van Charlie Kirk en ben hem meer en meer beginnen …
-
De zwijgende paus leert ons een lesje
“Ergernis” is in de geloofsleer een woord met een heel specifieke betekenis. “Ergernis geven” …
-
Schuldfetisjisme is niet christelijk
Johan Sanctorum schrijft op zijn blog een artikeltje over de ingestorte Itialiaanse brug. “Wie heeft het gedaan? …
-
Kaspers "weg van penitentie"
Synode 2014-2015
Het jaar is nog maar net begonnen, en het is weeral maart. Nog maar even en de zomervakantie begint en …
-
Volmaakt Leven
Om eens wat meer te horen over het geloof dan wat in mijn RSS-lezer verschijnt aan hermeneutiek van pauselijke …